In het verleden wisten onze beleidsmakers dat een begroting niet in orde komt zonder hulp van een sterke economische motor, schrijft Geert Noels. Vandaag ontbreekt dat inzicht bij de meeste regeringsleden.
Eind 2025 telden we 576.643 langdurig zieken – een record. Inclusief ambtenaren zitten we tegen de 700.000, zonder ingrijpen loopt dat op tot 870.000 in 2030. Dat kost ons 11 tot 14 miljard euro per jaar, naargelang je het eng berekent, of inclusief ambtenaren en sociale effecten. Langdurig zieken kosten de maatschappij veel meer dan werklozen en bruggepensioneerden. Wie pleit voor een basisinkomen, komt te laat: in België hebben veel mensen zich dat al toegeëigend.
Dat is een sociaal-economische ramp, en ons systeem met ziekenfondsen en vakbonden ziet erop toe dat het niet meer kan worden teruggedraaid. Uit steekproeven blijkt dat een significant deel van de langdurig zieken gewoon kan werken. Noem dat gerust de grootste sociale fraude ooit in dit land.
Intussen telt de publieke sector 1 miljoen voltijdse equivalenten, terwijl de industrie leegbloedt en hoogproductieve jobs in sectoren als IT, AI en farma moeilijk ingevuld raken – als de betrokken bedrijven tenminste niet verhuizen vanwege de exuberante lasten op arbeid. De privésector krimpt, de overheid groeit. In België werkt 31 procent van de bevolking in de privésector, in Nederland is dat 41 procent. Er werken in dit land 1,2 miljoen mensen minder in de privésector dan in Nederland. Dat is een onhoudbaar economisch model.
De kern van het Belgische probleem zit aan de uitgavenkant. België geeft momenteel 9,3 procentpunt van het bbp meer uit aan primaire uitgaven (exclusief rente) dan in 2000. Dat is meer dan 60 miljard euro extra per jaar, elk jaar. Helaas wil niemand de waarheid onder ogen zien wanneer het telt: als de begroting wordt opgemaakt.